Banden met Turkije worden losser

De verkiezingen van 28 juli in de Turkse Republiek Noord-Cyprus hebben “een nieuw politiek toneel” opgeleverd, constateert het Cypriotische dagblad O Phileleftheros. Er waren vervroegde parlementsverkiezingen georganiseerd in het noordelijke deel van het eiland, dat sinds 1974 alleen wordt erkend door Ankara en Azerbeidzjan. De (linkse) Republikeinse Turkse Partij (CTP) kwam met 38,4 procent van de stemmen als winnaar uit de bus, gevolgd door de Nationale Eenheidspartij (UBP, met 27,3 procent), die tot nu toe de grootste partij was en gesteund werd door de Turkse premier Recep Tayyip Erdoğan.

De kwestie van de hereniging van Cyprus speelde geen rol in de campagne, schreef nieuwsportaal Politis voorafgaand aan de stembusgang. Tegen de achtergrond van de crisis was het belangrijkste verkiezingsthema het economische programma voor de periode 2013-2015, dat samen met Turkije moet worden ondertekend.

Toch hoopten de 65.000 Turks-Cyprioten en 107.803 Turkse kolonisten die moesten gaan stemmen, dat de economische crisis die momenteel in de Europese Unie woedt, de twee partijen op Cyprus weer aan de onderhandelingstafel zou kunnen krijgen, constateert Adevărul. In een uitgebreide reportage schrijft het Roemeense dagblad onder andere: “De Cyprioten denken dat de Turkse Republiek Noord-Cyprus voor de internationale gemeenschap niet bestaat, behalve als het gaat om de commerciële schoonheid [van de toeristische locaties, red.].” Volgens de verslaggeefster kun je “alleen op een glimlach van de bewoners rekenen als je tegenover de lokale middenstand met Europees geld zwaait [in plaats van de Turkse lira]…”