Politieke analyse van de kwestie Cyprus

De Turken deden hun intrede in 1571. De afstammelingen van dat Ottomaanse leger vormen de kern van de Turks-Cypriotische bevolking. In 1878 komt Groot-Brittannië meepraten. Het Ottomaanse Rijk is aan het verzwakken. Groot-Brittannië is grote belangen aan het verwerven in het Midden-Oosten en India. Het Franse Suezkanaal wordt daar een bedreiging voor.

Dus “een eiland als een slagschip” past uitstekend in de Britse strategie. In ruil voor Britse bescherming tegen het expansionistische Rusland van de tsaar geeft Turkije Cyprus dan ook op. Cyprus wordt een Britse kolonie. Tot ongenoegen van de Grieks-Cyprioten: na de Kruisvaarders, de Venetianen en de Ottomanen, een nieuwe niet-Griekse bezetter.

Dus rijpt stilaan het idee van ENOSIS: aanhechting bij het Griekse moederland. Waar de Grieks-Cyprioten alleen hun taal en godsdienst mee gemeen hebben. Geografische en dus ook militaire liggen Griekenland en Cyprus even ver uit elkaar als b.v. Brussel en Praag.

De gewapende opstand begint op 01.04.1955. De opstandelingen noemen zich de EOKA: de Volksorganisatie van Cyprische Strijders. Hun leiders: de Griekse kolonel Grivas en de Cyprische aartsbisschop Makarios. De strijd wordt in 1960 beslecht met een compromis. Door de akkoorden van Londen en Zürich wordt Cyprus géén deel van Griekenland, maar wel een onafhankelijke republiek, met als eerste president aartsbisschop Makarios.

De grondwet van 1960 geeft de Turks-Cyprische minderheid meer macht dan waar zij krachtens haar aantal recht op heeft. Zo moet de vice-president een Turk zijn, en krijgt hij vetorecht. Makarios en zijn EOKA-achterban morren. In december 1963 stelt Makarios voor om de rechten van de Turken in te perken. De Turks-Cyprioten nemen dat niet. Zij stappen uit het bestuur, en trekken zich terug in enclaves, waar zij een vorm van zelfbestuur organiseren.

Geregeld komt het tot gewelddadige incidenten, wat de Verenigde Naties in 1964 doet besluiten een vredesmacht te sturen: de UNFICYP, vooral Engelse soldaten, Canadezen en Skandinaviërs.

Staatsgreep tegen Makarios

Die labiele situatie duurt tot juli 1974. Dan beslist de militaire junta in Athene (al dan niet met de steun van Washington, minister Kissinger en de CIA) het oude plan van Enosis alsnog uit te voeren. Griekse paracommando’s en de EOKA plegen een staatsgreep tegen Makarios (die erin slaagt zich in veiligheid te brengen); en ze installeren EOKA-terrorist Nikos Sampson als scherts-president. De Cyprische linkerzijde beging verontwaardigd een burgeroorlog. De Turks-Cyprioten vrezen voor een genocide.

De verwarring duurt van maandag tot zaterdag: “Five hot days”, zou de Turkse journalist M.A. Birand zijn boek later noemen. De vijfde dag grijpt Turkije in. Het stuurt zijn parachutisten, en andere landingstroepen naar Cyprus. Zij gaan aan land in de buurt van de noordelijke havenstad Kyrenia/Girne en installeren daar een bruggenhoofd, tot aan de hoofdstad Nicosia/Lefkosa. Met als excuus: wij moeten onze volksgenoten beschermen tegen een dreigende volkenmoord.

Diplomatieke luidt dat: de onafhankelijkheid van Cyprus werd in 1960 gewaarborgd door drie staten:

Groot-Brittannië, dat de Grieken heeft laten begaan,
Griekenland, dat de staatsgreep tegen Makarios heeft georganiseerd
En Turkije, dat dus niet anders kon dan tussenbeide komen.

In augustus 1974 bezetten de Turkse troepen het noordelijke derde van Cyprus na een nieuw offensief. Tweehonderdduizend Grieks-Cyprioten vluchten naar het zuiden, en wonen daar maandenlang in erbarmelijke omstandigheden. Tachtigduizend Turkse Cyprioten worden in het zuiden omsingeld en kunnen alleen met Britse hulp naar het noorden worden gerepatrieerd.

De Verenigde Naties, die niet hebben kunnen ingrijpen, zitten met een kater. Groot-Brittannië, dat niet heeft willen ingrijpen, evenzeer. De Verenigde Staten, opperhoofd van de NAVO, maar terzelfdertijd inspirator van het ingrijpen van bondgenoten Griekenland en Turkije, zitten in een even lastig parket. Dus: alle hand aan dek om Cyprus te herenigen. De VN-resoluties en de diplomatieke initiatieven zijn niet meer te tellen, maar totnogtoe zonder resultaat. Begrijpelijk, want de Britten hebben na 1960 in het zuiden twee strategische legerbases kunnen behouden: Akrotiri (bij Limassol) en Dhekelia (bij Larnaka).

Als Cyprus herenigd wordt, in welke vorm? Drie mogelijkheden:

een terugkeer naar de situatie van 1960? Onmogelijk, of er komt een herhaling van de gebeurtenissen van 1963-1964, zegt Turks Cyprus.
Een nieuwe federale of confederale staat?
- federaal: naar Belgische model. Dit betekent delen in de macht.
- Confederaal: eerst moet de internationale gemeenschap Turks Cyprus erkennen, dan kunnen we samenwerken.

het status quo:
- Turks Cyprus beschouwt zichzelf als een soevereine staat. Opent dit de weg naar erkenning?
- generaties zijn uit elkaar gegroeid (27 jaar), ze kennen elkaar niet meer, onder invloed van kerk en staat (aan beide kanten).
- een tweede demografisch probleem: terwijl de Grieks-Cyprioten hun welvaart herwinnen, raken de Turks-Cyprioten door het VN-embargo achterop. Gevolg: zij emigreren massaaal, vooral naar Groot-Brittannië, dat zij altijd hebben beschouwd als hun bescherming tegen de Grieks-Cyprioten. Hun plaats wordt ingenomen door immigranten uit de armere regio’s van Turkije. Dat cultureel verschil leidt tot racistische spanningen tussen authentieke en nieuwe Turks-Cyprioten, en zelfs tot de oprichting van Turks-Cypriotische oppositiepartijen.

Geostrategisch:
Turkije en Griekenland blijven zich verbonden voelen met hun taal- en religiegenoten, maar:
- ze zijn alle twee lid van de NAVO (rol VS)
- Griekenland is lid van de Europese Unie; Turkije niet, maar is wel kandidaat.

conclusie: historische meningsverschillen tussen Griekenland en Turkije bepalen het lot van Cyprus, maar evenzeer bepaalt Cyprus de evolutie in de meningsverschillen tussen Griekenland en Turkije.

(Uitpers, januari 2001)
door Ronny Vos