Prachtig Noord-Cyprus

Cyprus, althans het Griekse deel, is al jaren een van de populaire vakantiebestemmingen aan de Middellandse Zee. Heel anders ligt dat voor het noordelijke deel, dat sinds 1974 in Turkse handen is. Noord-Cyprus, dat alleen door Turkije erkend wordt, is nog ongerept en onbekend. Wij ontdekten er verlaten stranden, fraaie kastelen, pittoreske stadjes en een pure natuur. Al is het litteken van de scheiding met de andere kant van Cyprus nooit ver weg.

De laatste zonnestralen strelen de spitsbogen van de abdij van Bellepais en kleuren ze okergeel. Het is hier onwezenlijk verlaten: alleen in de binnentuin van het klooster staan enkele tafeltjes. Was er niet die opvallende rood-witte vlag met halve maan – de Turks-Cypriotische vlag ziet er uit als een negatief van de Turkse – op de klokkentoren, dan waanden we ons ergens in de Provence of Toscane.

Bizar is het om te vernemen dat dit gotische klooster in de 12de eeuw op een steile heuvel werd gebouwd door Waalse norbertijnen. Die waren pas verdreven uit het Heilige Land en verkozen het zonnige Cyprus boven de duistere Ardennen. De paters leefden hier lang en gelukkig, lijkt het wel. Zo gelukkig dat na verloop van tijd alleen hun talrijke kroost nog in aanmerking kwam voor het noviciaat. De norbertijnse regels werden op zodanige wijze met de voeten getreden, dat de aartsbisschop van Cyprus, ja zelfs de paus, de losbandige paters geregeld tot de orde moest roepen. Vandaag heerst er weer absolute rust in dit honingkleurige klooster. De naam Bellepais (mooie vrede) is meer dan ooit goed gekozen.

Sneeuwwitje
Hetzelfde van God (of moeten we zeggen Allah of Aphrodite?) verlaten gevoel ondervonden we eerder op de dag toen we de klim maakten naar het kasteel Sint-Hilarion. Naar verluidt inspireerde dit arendsnest in het Kyreniagebergte Walt Disney voor het kasteel uit zijn tekenfilm Sneeuwwitje. Feit is wel dat het burchtcomplex bestaat uit een beneden-, midden- en bovendeel, die door trappen, burchtmuren en torens met elkaar verbonden zijn. Bovendien heb je dit fraaie kasteel zo goed als voor jou alleen.

De dapperen die naar de bovenburcht klauteren, worden beloond met een weergaloos zicht op de noordkust en op het Karpas-schiereiland, de lange vinger van Noord-Cyprus die wel 50 kilometer de Middellandse Zee in prikt. Helemaal beneden onder onze voeten ligt het gezellige Kyrenia (in het Turks Girne) met zijn karakteristieke hoefijzervormige haventje. Als we over de azuurblauwe zee turen, zien we zowaar vaag de Turkse kust opdoemen. Geen wonder dus dat aan de voet van dit strategisch gelegen kasteel een Turkse militaire basis ligt (foto’s nemen strikt verboden!).

Want vergis je niet: sinds de invasie is het Turkse leger in dit deel van Cyprus nog steeds nadrukkelijk aanwezig. Door deze feitelijke bezetting en de daaropvolgende internationale boycot, is de toeristische boom van de voorbije decennia aan Noord-Cyprus grotendeels voorbijgegaan. Dat is een vloek voor de Turks-Cypriotische bevolking, maar wel een zegen voor de reiziger die houdt van ongerepte landschappen en ingeslapen dorpjes.

In dit deel van Cyprus lopen de olijfboomgaarden nog tot aan de kustlijn en is er van een wal van hotels in beton nog geen sprake. Zeker in het ontvolkte Karpas-schiereiland vind je nog verlaten zandstranden, waar zeeschildpadden hun eieren komen leggen. Bucolische taferelen met kuddes schapen in rotsige weiden met een weelde aan wilde bloemen, krijg je er hier gratis bij. Een schouwspel zeg maar, dat dertig, veertig jaar geleden nog gewoon was in het Middellandse Zeegebied.

Toch ziet het er naar uit dat Noord-Cyprus langzamerhand uit zijn (toeristische) winterslaap ontwaakt. Rond het stadje Kyrenia worden in snel tempo luxehotels gebouwd. Dat is ook het geval in de strandzone ten oosten van Famagusta, waar een nieuwe hotelstrook verrijst.

In het leuke havenstadje Kyrenia krijgen we een voorproefje van een bescheiden toeristische ontwikkeling. Vooral de halfronde haven, waar oude huizen met karakteristieke balkons omheen geschaard zijn, is mooi. Bars, cafés en restaurants liggen aan de kade. Een kant van de haven wordt gedomineerd door een machtig fort, waar ook een interessant scheepswrakmuseum is ondergebracht. Achter de haven bevindt zich de oude stad, met de torens van de middel eeuwse stadsmuur en kronkelige straatjes. Verwaarloosde en vervallen kerkjes en kleine moskeetjes bepalen verder het decor.

Checkpoint Charlie
Nergens is de grens zo schrijnend aanwezig als in de hoofdstad Lefkosa (Nicosia). Dwars door de stad loopt, net als vroeger in Berlijn, een betonnen muur met dikke rollen prikkeldraad erop. Achter die muur bevindt zich een niemandsland vol onkruid met kapotgeschoten huizen en dichtgemetselde ramen. Op goed zichtbare plaatsen wapperen vlaggen (langs de ene kant Cypriotische en Griekse, de andere zijde toont Noord- Cypriotische en Turkse exemplaren) als om de toeschouwers in te peperen dat hier twee partijen tegenover elkaar staan.

Tot voor enkele jaren moest je op voetgangersbruggetjes klimmen om door gaten over het niemandsland naar de andere kant te kunnen kijken. Sinds april 2008 ging er aan de Ledrastraat een grensovergang open. Wie zijn paspoort laat afstempelen aan een heus Checkpoint Charlie, mag een 50 meter lange steeg in (afgeboord met houten panelen en bloempotten) die je naar de Griekse of Turkse kant brengt.

Wie zo even over en weer wipt, ontdekt twee verschillende werelden. Het Griekse deel van Nicosia is welvarend geworden en herbergt opvallend veel moderne gebouwen en druk toeterend verkeer. Aan de andere kant van de muur lijkt Nicosia een groot dorp. In de nauwe straatjes banen stootkarren zich een weg en maken kleine, stoffige winkeltjes de dienst uit. Hier en daar krijgen statige Ottomaanse huizen wel een opknapbeurt, al zien veel gebouwen er verwaarloosd uit. Voorlopig werd alleen de Büyük Han grondig gerestaureerd, een 16de-eeuwse karavanserai (Ottomaanse herberg) waar ten behoeve van het prille toerisme artisanale winkeltjes zijn ondergebracht.

Pronkstuk van het Turks-Cypriotische deel van Nicosia is de Selimiyemoskee, de voormalige katholieke kathedraal Aya Sofia die twee minaretten kreeg. Deze omvorming van het katholieke gebedshuis tot moskee dateert overigens niet van na 1974, maar gebeurde al in de 16de eeuw, na de Ottomaanse verovering van het eiland.

Spookstad
Famagusta (Magusa in het Turks) is wellicht het symbool bij uitstek van het gespleten eiland. De stad (in de 13de eeuw de rijkste ter wereld) en door Shakespeare uitverkoren als decor voor Othello is nu een schim van weleer. Binnen de indrukwekkende Venetiaanse muren is nu vooral een ingedommelde plaats te zien, met oude verwaarloosde gebouwen die dringend restauratie behoeven. Een wandeling door de binnenstad verbijstert, maar fascineert hierdoor ook. Alleen de Lala Mustafa Pasa moskee (ook al een voormalige kathedraal) ziet er niet verwaarloosd uit.

Tot de Turkse invasie in juli 1974 was Famagusta een hoofdzakelijk Griekse stad. Sindsdien zijn alle Grieks-Cyprioten er verdwenen.Ze lieten halsoverkop ook de toeristenwijk Varosha achter, begin jaren 1970 hét toeristencentrum van het eiland met een lange dijk van hoogbouwhotels aan een schitterend zandstrand. Van de ene dag op de andere werd Varosha verboden gebied, afgesperd door het Turkse leger met prikkeldraad en hekken. Vandaag is het een spookstad vol afbrokkelende hotels aan een desolaat strand.

Pasmunt
Langs de Noord-Cypriotische kant worden nu excursies georganiseerd, waarbij toeristen over de hekken naar de skyline van de spookstad mogen turen (in principe mag je geen foto’s maken). Voorlopig blijft de wederopbouw van het verboden gebied (dat door beide partijen als pasmunt in het conflict beschouwd wordt) uit.

Zolang hierover geen oplossing wordt gevonden, blijft Noord- en Zuid- Cyprus van elkaar gescheiden. En kan je een bezoek aan het toeristisch nog nauwelijks ontgonnen Noord-Cyprus beschouwen als een alternatief voor het rijkere, door Europa erkende deel van het eiland.

Peter Van Oyen