Turks Cyprus: Vriendelijk en gastvrij

Als je in deze wintermaanden op een relatief warme plek wilt genieten van de rust, een plek zonder toeristen, met een vriendelijke en gastvrije lokale bevolking, is het noorden van Cyprus een aanrader. Er is namelijk niemand bij wie het opkomt om daarheen te gaan, terwijl het het meest sfeervolle en gezelligste deel is van het eiland.
Sinds 1974 wonen daar de Turks-Cyprioten en Turken die, tot woede van de toen weggejaagde Grieks-Cyprioten, van het vasteland naar het eiland zijn gelokt.

Anders

De toeristen die naar Cyprus gaan, krijgen meestal niets van het noorden van Cyprus te zien en blijven doorgaans in het Grieks-Cypriotische deel. Ze nemen bijna altijd een vliegtuig naar de stad Larnaca en gaan vervolgens van daaruit naar het strand verderop in bijvoorbeeld Ayia Napa of de stad Limassol. Daar zijn grote hotels, waar de toeristen uitstekend aan hun trekken komen. Je kunt ook doorrijden naar de hoofdstad Lefkosa, oftewel Nicosia, zoals de Britten de stad noemden toen Cyprus nog een Britse kolonie was. Maar Lefkosa heeft grote banken, brede straten en totaal geen sfeer.

Alles is anders als je een taxi of gehuurde auto neemt naar het oude Ledra Palace, van waaruit je het Turks-Cypriotische deel in het noorden binnen kunt wandelen of rijden. Als je daar komt, moet je aan de plaatselijke Turks-Cypriotische autoriteiten je paspoort tonen (wat veel Grieks-Cyprioten principieel weigeren, zodat ze niet naar binnen komen). Je betreedt volgens hen namelijk de Turkse Republiek van Noord-Cyprus, die in 1983 werd uitgeroepen en alleen door Turkije wordt erkend. Het is meer dan eenderde deel van het eiland.

De Grieks-Cypriotische autoriteiten vertellen je nog van tevoren dat je gebied betreedt dat door Turkse troepen wordt bezet, dat je daar geen spullen mag kopen en ‘s avonds weer moet terugkomen. Zodra je in het Turkse deel bent beland, kom je in een totaal andere wereld. De straten zijn er kleiner en volkser en hier nemen de mensen ook werkelijk alle tijd voor je, net als in een dorp. Vraag iemand de weg en hij loopt een kilometer met je mee. Toch is dit Lefkosa, voor de Turks-Cyprioten de grote hoofdstad van Noord-Cyprus. De hoofdstad van Cyprus is dus in tweeën verdeeld.

Als je Lefkosa hebt bekeken, kun je met de taxi naar Girne (in het Grieks: Kyrenia) rijden, de mooiste plaats van heel Cyprus. Bij de grensovergang na het Ledra Palace, waar het Turkse deel begint, staan altijd een paar taxi¿s. Vaak staat er ook een zwarte Mercedes met een man met een snor, typisch Turks uiterlijk, die luistert naar de naam Yunus Özirfanoglu. Hij is ongelooflijk vriendelijk, spreekt goed Engels, woonde ooit in het Griekse deel van Cyprus en na de inval van de Turkse troepen in 1974 werd hij gedwongen naar het noorden te verhuizen. Yunus wil graag vrede tussen de Grieks- en Turks-Cyprioten en weet veel te vertellen over de mooie plekjes van het eiland.

Voordat we in het prachtige havenstadje Girne aankomen, toont Yunus de indrukwekkende burcht Sint Hilarion, van waaruit je uitzicht hebt op de Middellandse Zee en Girne. Het havenstadje Girne zelf ademt een prettige en vredige sfeer uit. De kust van Turkije in het noorden is vlakbij. Cafés en restaurantjes liggen broederlijk naast elkaar rondom de haven. Naast de haven staat een groot fort dat al in de Byzantijnse tijd werd gebouwd en later door de Venetianen werd uitgebouwd.

Yunus weet echter nog een mooi plekje vlak bij Girne, te weten Bellapais. Daar is een prachtige abdij in gotische stijl, prachtig gelegen, omringd door groen. Maar nu wordt het alweer laat en de Grieks-Cyprioten vinden dat ik weer terug moet. Had ik niet beter via Istanboel naar Noord-Cyprus kunnen vliegen, zodat ik er kon blijven slapen?

Spookstad

De volgende dag weer terug naar de Turks-Cyprioten. Nu met Yunus naar Famagusta aan de oostkust van het eiland Lefkosa. Ooit was dit de toeristische stad bij uitstek, maar volgens de Grieks-Cyprioten is Famagusta een spookstad geworden, omdat de Turkse troepen in 1974 aanvankelijk niet van plan waren geweest de stad in te nemen, het op het laatst toch deden en op een gegeven moment door de VN werden tegengehouden. Er staat dan ook een hele groep lege appartementen vlak aan de kust.

Maar de binnenstad van Famagusta is prachtig. Binnen de Venetiaanse muren staat o.a. de prachtige gotische Sint-Nicolaas kathedraal, getooid met minaretten, tapijten, biddende moslims, terwijl de Turkse vlag wappert in de wind. Dat zie je vaak in het noorden van Cyprus: kerken die tot moskeeën zijn omgebouwd. Wie vreest dat Nederland ooit islamitisch wordt, kan hier alvast een beetje wennen.

Tegenover de kathedraal geniet ik onder een oude boom van een heerlijke Turkse thee in de decemberzon, terwijl ik een praatje met enkele gemoedelijke Turks-Cyprioten maak. Even later ga ik met Yunus door naar Salamis, slechts tien kilometer verderop. Hier zijn opgravingen uit de elfde eeuw voor Christus! Twee vriendelijke Turkse meisjes laten zich graag fotograferen. Griekse inscripties staan onder ons, het is duidelijk wie hier ooit zijn geweest.